Twee mooie foto's van CCZ-leden op EBSCO-kalender 2010

Op de prijsvraag, uitgeloofd  door EBSCO voor foto's die jouw ideale kijk op de wereld verbeelden, zijn twee foto's van CCZ-leden in de prijzen gevallen, nl die van Bert Berenschot (OLVG) en Marianne van den Hoek (Meander MC). Ze worden afgebeeld op de kalender 2010.

 Autum on the island of Terschelling van Bert Berenschot                   Waterballet van Marianne van den Hoek   

 Click here to discover all the winning pictures! Dan krijg je ze ook groter in beeld.

Van huis uit toegang verlenen tot licenties van de bibliotheek

Op de biomedbiblijst kwam deze vraag aan de orde. Voor instellingen die geen gebruik kunnen maken van de diensten van Surf een relevante vraag.
Er kwamen verschillende reacties op.

- Het gebruik van een token is in een citrix-omgeving vrij gebruikelijk.  Omdat daar kosten aan verbonden zijn is zo'n token vaak  niet voor iedereen beschikbaar. In onze instelling moet het bij een leidinggevende aangevraagd worden. Een vaktherapeut die een opleiding volgde kreeg bijvoorbeeld geen toestemming. Maar dit kan dus per instelling variëren. Sommige ziekenhuizen bieden wel  iedereen toegang tot het hele netwerk.

Reactie Sjors Clemens:
Er zijn diverse mogelijkheden om dit te regelen, maar aan allemaal hangt wel een prijskaartje:

- Proxy-server inrichten: er zijn diverse aanbieders die vormen van proxy-servers aanbieden waardoor het voor het tijdschrift lijkt dat je vanuit het ziekenhuis  komt. EZProxy was hier de bekendste van, maar die is overgenomen door OCLC en ik weet even niet wat de status van dit product nu is. Wellicht zijn hier nog meer aanbieders van, maar die kun je via Google vast wel terugvinden.

- Ingressus biedt de HAN (Hidden Automatic Navigator) aan. Hier hangt alleen wel een flink prijskaartje aan. Als wij het via X-ref af zouden nemen (zij bieden het als combi aan met de catalogus) dan was het bijna 5000 euro extra voor dit product.

- EBSCO biedt sinds kort een federated search systeem (Integrated Search) en bij de demo die ik daarvan heb gezien, werd gezegd dat je daarmee ook thuistoegang tot je bronnen zou hebben. Voorwaarde is dan wel dat mensen éénmalig inloggen op de federated search en daarna daarin zoeken.

Sommige providers zoals OVID (en ook EBSCO) bieden via remote access (gewoon inlogcode) vanaf huis wel toegang kunt krijgen tot de Ovid tijdschriften en databanken. Maar dit geldt slechts voor een beperkt deel van de tijdschriftencollectie.... 

 Een VPN-verbinding schijnt ook te kunnen. Daar is verder geen informatie over bekend. 

En bij een andere instelling heeft ICT  een portal gemaakt waarop iedereen van thuis uit kan inloggen met inlognaam en paswoord van de e-mail. Daarna is het Internet verkeer versleuteld en wordt het IP-adres van het instituut gesimuleerd. 

Werkgroep Consortium CCZ opgericht

De CCZ heeft bij haar leden gecheckt of er behoefe is aan het gezamelijk inkopen van producten en abonnementen. Daar is merendeels positief op gereageerd. Leveranciers geven ook geregeld aan dat ze  een vast aanspreekpunt op prijs stellen.
Er is nu een werkgroep van start gegaan. Deze is in juni bij elkaar gekomen en heeft de volgende suggesties gedaan:

  • E-journals
  • Link resolvers
  • Federatieve zoekmachines
  • Springer-books (Medisch wetenschappelijk, Elwin Gardeur)
  • Springer-books, (Nederlandstalig, Daphne Habets, BSL)
  • Up-to-Date
  • De digitale bibliotheek (wel afzetten tegen een ander product?)
  • Primal pictures
  • Cochrane database
  • Reference Manager, Refworks
  • Cotan database
  • Opmaat
  • ??

Contactpersoon is mevrouw Geerdink,
bibliotheek ZGT Groep Twente 
mail:
a.geerdink@zgt.nl

Eigen publicaties voor het jaarverslag

Vandaag een handige tip gelezen op de discussielijst van de CCZ. Een collega merkte op dat dat hij alles opzoekt - voor zover mogelijk - in Pubmed. Dit wordt geïmporteerd in Reference manager en  de output van een heel jaar  in Vancouver-stijl gaat naar de redactie van het jaarverslag.  
Kost wel veel tijd, ook bijvoorbeeld moet je in de gaten houden dat de 7e, 8e of hogere auteur niet juist een medewerker van ons ziekenhuis is, want Vancouver geeft alleen de eerste zes namen. Er moet dus weer redactie op de output plaats vinden, zoals ook bijvoorbeeld het toevoegen van 'EPub ahead of print'. Die melding komt niet mee in de output.
Oplossing: Vancouver-outputstyle in Reference Manager of Endnote aanpassen.
Werkwijze Reference manager :
Open de outputstyle (via Tools, Bibliography, Open Output style en dan Vancouver selecteren). Klik op het tabblad Bibliography en dubbelklik op <[04]·Authors,·primary>. Hier kun je het het inkorten van het aantal auteurs instellen, zodat altijd alle auteurs weergegeven worden. Komt het ePub in een apart veld? Zo ja, dan kun je de output evt ook nog zo aanpassen dat dat veld ook meegenomen wordt.
LET OP! De outputstyle onder een nieuwe naam opslaan, bijvoorbeeld Vancouver_all-aut. Dan staan ze mooi alfabetisch bij elkaar.

 

Stijging prijzen Elsevier-tijdschriften in 2009

De online tijdschriften van Elsevier worden in 2009 gemiddeld drie keer zo duur. In 2008 heeft het CCZ-consortium  nog voor een zeer gunstig aanbod kunnen instappen. Waarschijnlijk een lokkertje.  Voor de meeste ziekenhuizen en ggz-instellingen (die nu wel mee mogen doen) wordt het schrappen.
Ook de tijdschriften van de door Elsevier opgekochte Mosby en Saunders, waarvan je de online editie gratis bij de gedrukte kreeg, (tip Bert Berenschot van het OLVG) hebben in 2009 geen gratis online edities meer.
De besturen van CCZ en BMI melden over de prijsverhoging het volgende:
Het Elsevier verhaal is een vervelende zaak. Het CCZ-bestuur is echter van mening dat dit niet specifiek een CCZ, BPZ of BMI aangelegenheid is, maar meer een gezamenlijke aangelegenheid van de informatiesector waarin de universteiten een belangrijke rol zouden kunnen spelen. De contracten met Elsevier met de universiteiten lopen pas in december 2009 af, dus daar gebeurt op dit moment nog niet zo veel. Maar hoe dan ook uiteindelijk worden we er allemaal mee geconfronteerd
We hebben afgesproken dit verder mee te nemen en voor te leggen aan de verschillende besturen om te kijken wat een juiste benadering zou kunnen zijn. Voor 2009 biedt dit geen mogelijkheden meer, die race is gelopen. Het jaar 2010 biedt wellicht nieuwe kansen.

 

Scientific relevance & de H-factor

De H-factor is een belangrijke maat voor aantallen citaties. In de nieuwsbrief van de medische bibliotheek van de VU vind je er meer informatie over, evenals op Wikipedia.

Een tijdje geleden woedde er op de CCZ-L lijst een heftige discussie over. Moet een informatieprofessional van een klein algemeen ziekenhuis of GGZ-instelling dit soort berekeningen ook al gaan uitvoeren, of is het meer iets voor academische instellingen? Los hiervan, moet je echter ook kunnen beschikken over WoS (voor onze instelling te duur), maar veel beter nog is een abonnement op Scopus. Want wat bleek? Ineke Overtoom van het OLVG meldde:

  1. Scopus is volkomen vergelijkbaar met Web of Science maar veel groter en preciezer: het zoekt in 15.000 bladen,dat is dus veel meer dan Web of Science.
  2. Scopus is heel actief bij het vinden van de juiste auteursnamen. Wanneer je begint te zoeken kun je eerst door af- en aanvinken aangeven welke van de vele varianten van jouw eigen naam metvoorletters meegeteld moeten worden, een stapje verder kun je nog eentweede correctie hierop uitvoeren. Als dan de 'echte' auteur bekend is,gaat Scopus zoeken naar alle artikelen en citaties daarop en rekent ookonmiddellijk de H-factor uit. Je hoeft dus zelf helemaal niets meer tedoen.

Daarop plaatste Suzanne Bakker een aantal voetnoten:

1. Scopus-gegevens zijn niet volledig t.a.v. de publicaties van vóór 1997.Zeker de citaties zijn niet allemaal meegeteld. Dat kan de h-index behoorlijk beïnvloeden. Ik heb voorbeelden van stafleden van het NKI-AVL waar het een zeer groot verschil maakt.

2. Er zijn nog altijd publicaties waar niet alle auteursnamen bij vermeld staan; multicenter trials en publicaties namens commissies/werkgroepen e.d. hebben de namen van de mede-auteurs nog al eens in een acknowledgement staan in plaats van in het auteursveld. Ik heb voorbeelden van publicaties van mijn stafleden die zeer veel geciteerd worden en die niet op de auteursnaam gevonden kunnen worden. Ook dat scheelt dan "punten".

3. De h-index kan eenvoudig uitgerekend worden op basis van een cited reference search in de SCI bij DIMDI. Als je tenminste de gegevens van de publicaties van de betreffende auteur compleet hebt (bij voorkeur in een database zoals RM of EndNote).

4. Wetenschappelijke kwaliteit van publicaties is niet uit te drukken in een cijfer. Het aantal citaties is een maat die misbruikt wordt om dit toch te doen.

5. De hoogte van het aantal citaties hangt af van het vakgebied, en van de aard van de publicatie (methoden en technieken worden veel vaker geciteerd dan andere publicaties). Ook de grootte van het instituut van de auteur heeft invloed op de aantallen citaties die publicaties ontvangen.

6. De auteursnamen in Scopus zijn nog lang niet allemaal geschoond en op juiste wijze gekoppeld. Adresgegevens worden gebruikt om auteurs met dezelfde namen te onderscheiden, maar wie op verschillende laboratoria heeft gewerkt of samenwerkt met diverse onderzoeksgroepen, wordt nog niet als één en dezelfde persoon herkend.
Ook is er nog veel te doen om alle varianten van voornamen en (aantallen) voorletters bijeen te brengen. Dit geldt overigens ook voor Web of Science gegevens.

7. Er wordt hierbij geen verschil gemaakt tussen eerste / laatste of andere mede-auteursschappen en - verantwoordelijkheden.

8. Het wel of niet meetellen van zelfcitaties beïnvloedt het "cijfer".

9. Er wordt door subsidiegevers en bestuurders steeds vaker gevraagd naar citatiegegevens. Of deze op de juiste wijze geinterpreteerd worden, valt te betwijfelen. Citatie- en/of impact-cijfers zijn geen absolute maten. Beoordeling van wetenschappelijke prestaties in kwalitatieve en kwantitative zin is een uiterst complexe zaak.

De UvA doet momenteel een onderzoek naar WoS versus SCOPUS, wederom uitbesteed aan Pleiade, waar al weer over geblogd wordt.
Wordt vervolgd dus.

 

 

Samenvatting CCZ-discussie-lijst

Op 8 maart is geopperd dat het leuk is, als op dit blog afentoe een samenvatting van de CCZ-discussielijst geplaatst wordt.

 


View My Stats